Home Vereniging Activiteiten Historie Werkgroepen Tijdschriften Geleense Joden Heemkundevereniging Geleen Rondleidingen Club van 35 Graaf Huyn Fest Wie helpt? Foto/Video Links Contactinfo

Joods Geleen

Onderstaande tekst is overgenomen uit een reader die is geschreven door Jos Engelen. Hij heeft op dinsdag 11 februari een bijzonder interessante powerpointlezing hierover gegeven. Agrarische dorpen als Geleen kenden tot in de twintigste eeuw vrijwel geen joden. Eerst de opkomst van de kolenmijnen bracht daar verandering in: zij brachten niet alleen ondergrondse werkgelegenheid maar ook veel bovengrondse bedrijvigheid mee. Als eerste vestigde zich in 1920 de joodse koopman Louis Kellerman uit Amsterdam tijdelijk in Geleen, komende uit Sittard.  De vergeten Joden van Geleen, 1920-1950 In 1923 kwam vanuit Heerlen de hervormde familie Harmsen-Samuel naar Geleen, waarvan de vrouw van joodse afkomst was; haar man, geboortig van Maastricht, had werk gevonden als opzichter bij de staatsmijn Maurits. In 1930 volgde het gezin van Louis van Dam uit Eindhoven, die "vulcaniseur en expert-makelaar” was. Zijn vrouw Esther Silbernberg was geboortig van Sittard, hun vorige woonplaats. In 1932 kwam de handelaarsfamilie Goldsteen naar Geleen. George Goldsteen was met een Duitse getrouwd, maar zelf van  Amsterdam geboortig. Beide families woonden voordien al enkele jaren in Nederland. Het gezin Rosenboom-Wolf woonde vanaf 1933 te Sittard en van 1936 tot 1938 in Geleen. Isidoor, (roepnaam Ies) Sassen werd geboren in 1910 te Overhoven-Sittard. Uit financiële nood ging Ies per 30 augustus 1938 aan de slag als handlanger bij de W.I.M. bij de staatsmijn Maurits te Geleen. Na de oorlog woonde hij aanvankelijk in de Akerstraat in Heerlen, maar kwam in maart 1947 naar Geleen, waar hij zich op het adres Borneostraat 1 vestigde, en in december 1948 op het adres Bosweg 69. les Silbernberg heeft een tijdlang in Geleen gewoond in de Ringovenstraat 6B en had textielwinkels in Geleen en Sittard. Ies en Greta van der Horst verhuisden van Sittard naar Geleen, waar ze per 11 juni 1937 op het adres Ringovenstraat 6b een eigen winkel begonnen: "De Volkswinkel, Dames- en heerenconfectie, tricotage, heerenmodeartikelen, werkmanskleding". Pas vanaf 1934 zien we een toeloop van Duitse joden. Velen daarvan waren handelaar en winkelier en brachten na de machtsovername door de nazi's hun zaak en gezin naar Nederland over in de verwachting dat dit van tijdelijke aard zou zijn. Na de beruchte "Kristallnacht" in november 1938 haalden verschillende families achtergebleven ouders en verwanten naar Geleen. De vlucht naar Nederland zou niet ver genoeg blijken te zijn. In deze lezing zullen wij niet de belevenissen van alle Geleense Joden voor-, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog belichten. Gezien de sterke band van diverse families met zowel Geleen als Sittard lichten wij de geschiedenis van een 5-tal families eruit als representanten van de totale Geleense Joodse gemeenschap t.w. van Dam, Goldsteen, Rosenboom, Sassen en Silbernberg. De beelden in de lezing zijn voornamelijk afkomstig van Herman Silbernberg, de broer van Ies en de vastlegging van aanhouding, deportatie in de vorm van een verslag van zijn neefje Nathan Wijnperle-Silbernberg. Deze 2 neefjes beleefden de oorlog 1940-45 elk op hun eigen manier en probeerden hun traumatische herinneringen van zich af te schrijven en een plaats te geven door ze vast te leggen in schilderijen en boeken. Nathan Wijnperle in 1996 in zijn boek “Zou ik het willen overdoen ?”, dat hij samen schreef met Jac Lemmens, stadsarchivaris van Weert. Op indringende wijze doet hij een persoonlijk verslag van de oorlogsgeschiedenis van zichzelf, zijn ouders en 3 zusjes, eerst in de vooroorlogse periode in Sittard zelf, en vervolgens hun onderduiktijd in Amsterdam, de gevangenneming aldaar en de deportatie van Moeder en Nathan richting Auschwitz en hun wonderbaarlijke ontsnapping en nieuwe onderduiklotgevallen in Limburg met de onbaatzuchtige hulp van verzetsmensen als Twan en Mien Maintz uit Geleen en Kees en Lieske Zwaans uit Born. Het totaal uit elkaar gerukte gezin slaagt er uiteindelijk in na de bevrijding weer in Sittard herenigd te worden. Herman Silbernberg, zijn zusje Roosje en zijn ouders lukte het aanvankelijk uit de handen van de Gestapo te blijven door via de reeds bovengenoemde verzetshelden onder te kunnen duiken in Heerlen. Daar werd het gezin wreed uit elkaar gerukt. Door verraad werden de ouders opgepakt en gedeporteerd, terwijl Roosje en Herman door toeval konden ontkomen. Om de terugkerende spanningen van zijn oorlogservaringen en het verlies van zijn ouders te verwerken, raadt o.a. zijn vrouw hem aan schilderijen te maken over zijn ervaringen als onderduik-kind in de Tweede Oorlog, hetgeen resulteerde in het in 1995 uitgekomen boek  “Jochie… je moet er trots op zijn !”, waarbij hij de beelden vergezeld laat gaan van een korte begeleidende tekst. De lezing is een poging de combinatie van beider emotionele en traumatische herinneringen, die veel raakvlakken vertonen met de Geleense Joden, tot een “lokaal” stukje geschiedenis te herleiden, dat niet vergeten mag worden. Zie ook www.stolpersteinesittardgeleen.nl
Roosje en Herman Silbernberg
Geleense Joden