Ambtskostuums

Ambtskostuums

Het is onzeker of er gedurende de 16e, 17e en 18e eeuw al in Nederland een burgemeestersgewaad heeft bestaan. Sedert Napoleon liepen de Franse “Académiciens” echter in gala-uniform met een degen. Functionarissen waren in de negentiende eeuw verzot op het dragen van uniformen.  Ook in ons land vond men het noodzakelijk dat burgemeesters, provinciegouverneurs, politiecommissarissen en zelfs vreedzame stationschefs bij plechtige gelegenheden uitgedost werden met paramilitaire, luxe pakken, compleet met pluimhoed of steek en een steekdegen. Bij ambtsdragers noemde men deze uitdossing eerbiedig “een Kostuum”. Koning Lodewijk Napoleon heeft waarschijnlijk als eerste een bescheiden poging gedaan om een facultatief ambtsgewaad voor gemeentebestuurders in te voeren. Het betrof een sober pak van zwart laken, zonder borduursels. Nadat zijn broer Napoleon Bonaparte Nederland bij Frankrijk had ingelijfd, werd er in 1811 een “Kostuum der Maires” ingevoerd. Het bestond uit een blauwe rok en broek, een rode sjerp, en een “Fransche Hoed, met eenen zilveren Knoop en Lis”. Op het schilderij van de intocht van Keizer Napoleon in Amsterdam (Mattheus van Bree) staat de Dam vol met civiele ambtsdragers in dit Frans ambtskostuum. Koning Willem I heeft deze Franse kledingvoorschriften weer snel afgeschaft. In 1849 vroeg de Amsterdamse burgemeester Pieter Huidekoper om een officieel kostuum dat hij en zijn wethouders konden dragen bij de begrafenis van Koning Willem II. De ministeriële toestemming kwam te laat voor die gelegenheid. Bij de inhuldiging van diens opvolger, Koning Wilem III konden de Amsterdamse bestuurders wel het begeerde ambtsgewaad dragen. Enkele jaren later, in 1853, een jaar na de landelijke invoering van de ambtsketen, werd bij Koninklijk Besluit ook voor de rest van de Nederlandse burgemeesters een ambtskostuum vastgesteld.

Beschrijving van het ambtskostuum van de burgemeester.

Koninklijk Besluit van 24 februari 1853, nr. 65. Wij Willem III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.
Op de voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken van den 21. Februari 1853, no. 304, 2de afdeeling. Overwegende, dat het noodig is het costuum te bepalen, hetwelk de Burgemeesters, indien zij dit verlangen, bij plegtige gelegenheden kunnen dragen.
Hebben goedgevonden en verstaan:
Het costuum voor den Burgemeester zal bestaan in een zwart lakenschen gesloten rok met witte knoopen, waarop het gemeente wapen of de burgerkroon, den kraag en de opslagen, in het zilver geborduurd met eikentakken, ter breedte van drie duim; zwarten broek; staanden degen; driekanten hoed met zwarte liggende pluimen, zilveren lis en knoop als aan den rok en oranje cocarde. Onze Minister van Binnenlandsche Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
’s Gravenhage, den 24sten Februari 1853.
(get. WILLEM).
De Minister van Binnenlandsche Zaken
(get. THORBECKE)

Dit ambtskostuum zag er net zo uit als de eerste hoofdstedelijke kostuums, maar voortaan met borduursels van drie centimeter, in plaats van zes centimeter. De zakkleppen mochten niet geborduurd zijn.Burgemeesters van de grote steden hebben zich echter nooit aan dit voorschrift gehouden en droegen steeds het eerste, rijkere Amsterdamse model Het ambtskostuum, zoals dat nu officieel nog bestaat, met uitzondering van het burgemeesterskostuum, is nooit officieel afgeschaft. Het is een typisch negentiende eeuws fenomeen dat rond 1900 zijn hoogtepunt kende.Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stond Koningin Wilhelmina er nog op dat ministers op Prinsjesdag hun officiële kostuum droegen.Minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns was in de jaren zestig de laatste trotse drager van het ministersambtsgewaad. Het allerlaatste officiële optreden van een burgemeester in ambtsgewaad was waarschijnlijk op 2 januari 1992. Toen voltrok de Bussumse burgemeester Willem Holthuizen het huwelijk van een dochter van een gemeenteraadslid. In vol ornaat, wel te verstaan. Burgemeester Patijn van Amsterdam is een van de laatste, nieuwbenoemde burgemeesters die een ambtsgewaad mochten dragen.Met ingang van 1 december 1994, precies een half jaar na zijn benoeming, werd het officiële kostuum voor burgemeesters, bij Koninklijk Besluit, afgeschaft.De burgemeesters van Maastricht hebben zich in het verleden steeds laten portretteren in het ambtskostuum van een burgemeester. Deze geschilderde portretten hangen in de raadszaal van het stadhuis in Maastricht.

Het ambtskostuum van Mr. dr. drs. J.P.D. van Banning. Zo’n kostbaar kostuum was altijd persoonlijk eigendom van de burgemeester. De op 1 mei 1938 als burgemeester van Gennep benoemde heer J.P.D. van Banning kreeg na zijn huwelijk met Henriëtte van Oppen het kostuum van zijn schoonvader Sjo van Oppen, de oud-burgemeester van Maastricht. Het kostuum moest toen wel nog van nieuw laken worden voorzien.Burgemeester Van Banning droeg het kostuum bij alle officiële gelegenheden die een representatief karakter hadden, op Koninginnedag en bij ontvangst van leden van het Koninklijk Huis,echter nooit bij de raadsvergaderingen. Dit kostuum is overigens rond 1956, vanwege het bezoek van koningin Juliana aan Geleen, opnieuw van nieuw laken voorzien.In Geleen heeft Van Banning dit kostuum gedragen tot zijn pensionering op 30 april 1971 en daarna nog korte tijd, tijdens zijn waarnemend burgemeesterschap in Spaubeek (1971-1976).

Ton Wolters

Bronnen:

  • Centrale Modegids. Maandblad voor mode en snijkunst, januari 1933
  • Koninklijk Besluit van 24 februari 1853, nr. 65
  • Burgemeestersblad #52 2009; http://www.burgemeesters.nl
  • VNG magazine van 9 juni 2006
  • Webpagina http://www.ambtskostuums.nl
  • Gekleed in goud: twee eeuwen ambtskostuums
  • Memoires Mr. dr. drs. J.P.D. van Banning